Meditatie - De kracht van Zijn opstanding
Geschreven door Ds. M.C. Mulder   
maandag 05 april 2010 11:28

‘‘Opdat ik Hem kenne en de kracht Zijner opstanding...’ Filippenzen 3 : 10,11

Daar gaat het om voor Paulus. En daar gaat het ook om voor ons. Meer kracht! We hebben het Paasfeest gevierd. Van de opstanding gehoord en gezongen. En toch: wellicht herkent u het verlangen om meer van de kracht van de opstanding te ontvangen in ons leven. Meer kracht, om staande te blijven als de golven van de twijfel komen om de sporen van het Paasfeest uit te wissen. Meer kracht in mijn leven om staande te blijven in het gevecht tegen de zonde. Meer kracht van de opstanding in ons huwelijk, in ons gezin, in mijn werk, op school, met mijn vrienden.

Paulus wijst ons een weg om verder te komen in dit verlangen. Het eerste dat Paulus ons daarbij voorhoudt is: leren los te laten. Loslaten wat in de weg staat om echt met Jezus Christus te leven. Paulus heeft zelf veel moeten loslaten. Dingen waar hij eerst heel trots op was. Bijvoorbeeld zijn besnijdenis, zijn afstamming van Israël, zijn Farizeeërschap, zijn fanatieke ijver. “Alles wat mij winst was heb ik om Christus' wil schade geacht... Ik houd het nu voor vuilnis!” (vers 7, 8). Dat is nogal wat. Waarom? Omdat dat op zich verkeerd was? Van veel dingen moet je zeggen: het was helemaal niet verkeerd. Waren wij maar zo ijverig als Paulus. En toch houdt hij het voor vuilnis. Dat komt, omdat hij er een weg van maakte om zelf bij God te komen. Om het leven voor God te verdienen. Om zelf de kracht van God in zijn leven omhoog te pompen. Dat moest ik leren loslaten, zegt Paulus.

En wij?

Hij zegt dat trouwens niet voor niets. Er waren mensen in die tijd, die beweerden, dat je het wel zelf moest doen. En hoe is dat bij ons? Als we inderdaad verlangen naar meer kracht van de opstanding, welke weg kiezen wij dan? Hoe vaak gebeurt het, dat we
daarvoor eerst zelf aan de slag gaan. Zelf manieren vinden om het geestelijk leven op te vijzelen. Zelf de zonde overwinnen, voordat je er mee naar God toe gaat. Zelf de twijfel overwinnen, naar een ervaring in je geloofsleven zoeken, voordat je er echt mee naar God toe durft te gaan. Dan ben je bezig de kracht uit jezelf te halen. Dan ben je eigenlijk bezig je vertrouwen op vlees te stellen, zoals Paulus dat hier over zijn eigen verleden zegt (vers 4). Paulus leert ons andersom te beginnen. Niet bij wat ik zelf kan of moet. Maar bij wat God in mij wil doen. Bij wat een mens alleen maar van God kan ontvangen.

Daarvoor is gebed nodig. Het gebed, waarmee ik pleit op Gods belofte. Daarvoor moet ik buigen en erkennen: ik houd nu alles wat ik dacht in handen te hebben voor vuilnis, om uw kracht over te houden. Dat is wat hij hier noemt “de gerechtigheid door het geloof in Christus” (vers 9). Wie dat geleerd heeft, krijgt hier van God een geweldig uitzicht. Nu staat ons leven nog vaak in het teken van het kruis. Er is het lijden. Om echt te buigen voor Christus, daarvoor zullen dingen moeten worden losgelaten en dat kan pijn doen. Er is ook ander lijden, dat over ons komt. Nu hebben we nog “gemeenschap met Zijn lijden”.

Perspectief

Maar wie heeft leren loslaten wat van jezelf is, krijgt door het geloof in Jezus Christus een machtig perspectief. De weg van het lijden hoef je niet alleen te gaan. Iemand gaat je op die weg voor. En Hij heeft ons laten zien, dat die weg naar Zijn toekomst leidt. Het gaat er om, zegt Paulus, “of ik, aan Zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden.” Ik ben nog onderweg. “Ik jaag ernaar” (vers 14). Dat wil zeggen: je bent er nooit mee klaar. Maar het doel ligt vast. Daar twijfelt Paulus niet aan. Hij is immers zelf gegrepen door Christus. Paulus drukt hier niet alsnog twijfel uit. Hij geeft hier wel de strijd aan. Dat gevecht is nooit klaar. Soms ervaart hij iets van de blijdschap, hij getuigt er vaak van in deze brief. Soms is daar doorheen toch de kracht van de opstanding en de vrede die het verstand te boven gaat (vgl. 4 : 7). Maar compleet wordt dat nooit voor zijn beleving. Telkens opnieuw blijft hij ook het kruis ervaren. De zonde, de aanvechting, het tekort in de navolging van Christus. In het leven in het geloof blijft de beweging bestaan: loslaten, wat van jezelf is leren prijsgeven, om Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding, en - nu nog - de gemeenschap aan Zijn lijden.

Als je die beweging kent, zal Hij je eenmaal roepen en zeggen: nu is het genoeg; je bent aan de dood van Christus gelijkvormig geworden, je mag komen tot de opstanding uit de doden. Met dat doel voor ogen kun je hier en nu volhouden, loslaten en al vervuld worden met die kracht die Hij als de Opgestane geven wil. De kracht van Zijn opstanding als onderpand van die grote opstanding die nog komen zal.