Meditatie - Een groot geloof
Geschreven door Ds. G. van de Groep   
maandag 14 mei 2012 16:27

“Ik zeg u, zelfs in Israël heb ik zó groot een geloof niet gevonden.” Lukas 7: 9b

Je kunt er mee zitten. Met vragen als: geloof ik wel echt? Is mijn geloof wel groot genoeg? En dat temeer als je bedenkt dat geloof beslissend is voor je eeuwige toekomst. Wie gelooft wordt niet veroordeeld, wie niet gelooft is reeds veroordeeld. Maar als geloof zo cruciaal is, dan is het toch uitermate belangrijk te weten of je dat geloof bezit. Er wordt heel wat geschreven, gepraat en zelfs geredeneerd over geloof. Er zijn er, die geloven zonder besef te hebben van wat hun geloof inhoudt. Er zijn ook mensen, die veel moeite hebben om de inhoud van hun geloof onder woorden te brengen. Hoe werkt geloven precies? Moet je er een cursus voor volgen ? Moet je er veel voor doen? Moet je iets heel bijzonders hebben meegemaakt? In onze tekst horen we Iemand, Die het kan weten. Jezus zegt hier wat een echt, levend, zelfs groot geloof is.

Klein van jezelf denken.

Jezus is geroepen door een hoofdman, een Romeins officier, dus een heiden. De man heeft van Hem gehoord en heeft Hem nodig. Dat is al heel wat. Als je verlegen zit om Jezus. Als je dingen in je leven hebt, die je zelf niet in orde kunt krijgen. Als je Hem erbij vraagt. Deze hoofdman heeft een slaaf, die doodziek is. En nu heeft hij zoveel van Jezus vernomen, dat Hij in staat is zijn zieke slaaf beter te maken. Daarvoor laat hij Hem dan ook roepen. Daarvoor schakelt hij een aantal Joodse oudsten in. En Jezus komt. Maar zodra hij het huis van de hoofdman nadert, stuurt deze enkele vrienden er op uit met de mededeling dat hij er beter aan doet niet naar binnen te komen. Waarom niet? Omdat, zo zegt de man hij het niet waard is, dat Jezus onder zijn dak komt. Niet waard! De hoofdman weet zich een onwaardige. Hij denkt heel klein van zichzelf. Nee. Dat praat hij niet na van anderen. Dan had hij alle reden gehad zichzelf aan te prijzen wat die oudsten van hem tegen Jezus gezegd hadden was niet mis. Ze getuigden van de hoofdman dat hij het juist wel waard was om geholpen te worden. Hij had het volk van God lief en hij had zelfs een synagoge laten bouwen. Het geloof van deze man bracht vruchten voort. Dat blijkt trouwens ook uit zijn liefde voor zijn slaaf. En toch maakt hij zich daar niet sterk mee. Integendeel, in de confrontatie met Jezus weet hij zich een schuldig mens, die geen enkel recht bezit dat Jezus bij hem binnen komt. Wat een zelfkennis. Was dit ook niet de belijdenis van de verloren zoon? Ik ben het niet waard… Mensen mogen hem dan waardig keuren, zichzelf moet hij afkeuren. Wie zo, in de ontmoeting met de heilige God in Jezus Christus zichzelf leert kennen als een onheilige redt het niet meer met een eigenhandige opknapbeurt. De franje gaat eraf. We worden klein.

Groot van Jezus denken.

Maar let op. Want deze man, die zichzelf te zondig te slecht vindt dat Jezus bij hem binnen komt, deze hoge officier, die zo klein en nietig wordt voor de Heere, kan Hem toch niet missen. Nee, hij durft Jezus niet bij zich in huis te nodigen. En toch, zo weet hij, toch is Jezus – al blijft Hij buiten staan – bij machte door slechts één woord zij zieke knecht te genezen. Zeg het met een woord, en mijn knecht zal genezen worden. Zó groot, zó machtig, zó bereidwillig bent U! De hoofdman heeft zelf geen grond om zich op te beroepen. Hoe zou hij, de onwaardige. Maar in deze Jezus is alle grond om zich op te verlaten. Om Hem helemaal te vertrouwen. En dan gebeurd het wonder. Zijn zieke slaaf wordt genezen. En wat is de verklaring? Jezus zegt het: Ik heb zo groot een geloof zelfs in Israël niet gevonden.

Alles van Hem verwachten

Wat is dus een groot geloof? Als en klein onwaardig mens zó groot van de Jezus denkt, dat slechts een enkel woord uit Zijn mond genoeg is om gered te worden. Daarvoor hoef je niet op je tenen te lopen maar daarvoor moet je op je knieën gaan en om zo alles van Hem te verwachten. Hij mag het zeggen. Hij kan het ook zeggen. Hoe meer we van onszelf verwachten, des te minder we het van Hem moeten hebben. Maar dan ook omgekeerd: Hoe minder verwachting we van onszelf hebben hoe meer we het verwachten van Hem, van Zijn woorden die gelijk daden zijn. Bezit u en jij zo’n groot geloof, waarbij je als klein mensenkind afziet van je eigen mogelijkheden en opziet naar Gods mogelijkheden, naar Zijn kracht en genade in Jezus Christus? Dat laat zich merken. Zo komt Jezus ons levenshuis binnen. Zo werkt Zijn Woord geest en leven, heil en houvast. Over zo’n groot geloof is Jezus verwonderd. Daardoor wordt Zijn Vader geëerd. Hoe staat het met uw , jouw geloof? Kan Jezus Zich daar ook over verwonderen?