Meditatie - De harten omhoog
Geschreven door Prof. dr. T.M. Hofman   
donderdag 08 maart 2012 20:25

"Wij hebben zodanige Hogepriester, Die gezeten is aan de rechterhand van de troon der Majesteit in de hemelen" Hebr. 8 :1b

Hebreeën 8 :1 verbindt in hoofdzaken het voorgaande met dat wat komt. Het eeuwige en unieke hogepriesterschap van Jezus, de Zoon van God, heeft de weg gebaand voor het genieten van de weldaden van het nieuwe verbond van Jeremia 31. In Hebreeën 8 :1 en 2 horen we van de hemelse omgeving waarin deze hogepriester nu werkzaam is. Dit wordt in de rest nader uitgewerkt door een verdere vergelijking te maken tussen Jezus’ hemels priesterschap en de aardse Aäronietische priesters.

Troongezicht

Het eerste vers richt onze blik dan ook op de hemelse heerlijkheid. Na de hemelvaart is de kerk niet verweesd achtergebleven. Er rest geen onzeker zoeken en tasten, maar de geloofszekerheid: wij hebben in de hemel een heel bijzondere, unieke hogepriester. Zijn dienend offerwerk op de aarde is volbracht, eens en voorgoed. Hemelvaart is Zijn intronisatie. Nu heeft Hij zich gezet aan de rechterzijde van de troon van de Majesteit in de hemelen. De woorden spreken een verheven taal, passend bij de omgeving waarheen we in gedachten worden verplaatst. De heiligheid van het hemels heiligdom is eerbiedig en plechtig verwoord. Alles spreekt van de bekroning van Jezus’ middelaarswerk.

Troostgezicht

De troon van de Majesteit in de hemelen is een omschrijving van God als de Heerser over alles en ieder. De plaatsaanduiding van de hemelse hogepriester aan Gods rechterhand is veel meer dan lokalisatie. De plaats ter rechterhand was reeds in oude tijden aan het hof de hoogste ereplaats naast de koning. Voor dit hemels troongezicht is Psalm 110 vers 1 van groot belang. Wat in Hebreeën 1:3 van de Zoon is beleden, wordt in Hebreeën 8 :1 van de Middelaar Jezus Christus geproclameerd. De Middelaar is de Zoon des Vaders. Jezus ontvangt na Zijn volbrachte
heilswerk de ereplaats als de hemelse Messiaanse Heerser. In de opwekking had de Vader reeds getoond het volbrachte werk van de Zoon te bezegelen. Na de hemelvaart heeft de Hogepriester de ereplaats bezet. Hij is betrokken bij het hemels regiment. Nu stelt Hij daar tevens Zijn
offerwerk present. Een heilswerk met eeuwige geldigheid! Daar ligt zekerheid en troost in. Hij regeert en Hij deelt het verworven heil uit! Wat valt er meer te wensen?

Geen zicht

Je ziet het niet als het platte vlak van het hier en nu je enige en voornaamste horizon is. Dan zie je Hem niet. Hoewel Hij met eer en heerlijkheid gekroond is. Dan is de hemel niet meer dan een droom. Het valt helaas te vrezen, dat dit voor velen het hoogste is waartoe ze kunnen komen, wat dromen van een vage en verre hemel. Dat kon weleens heel nauw samen met de geweldige afkalving van de eerbied voor God en Zijn Woord. Hij is vooral partner. De heiligheid van God is voor velen achterhaald.

Sursum corda

Het verheven troongezicht van Hebreeën 8 wil ons boven onszelf en onze bekrompen blik uittillen Dat hadden de Hebreeën in hun tijd ook hard nodig, om zo te kunnen volharden. Sursum corda, de harten omhoog! Het wordt dan vooral een kijken met je hart! Omdat je hart verbonden is met de hogepriester, ligt daar je leven. Zo valt er vanuit de troon heerlijk, hemels licht over het leven in de nieuwe bedeling, die soms nog zo voorlopig en gebrekkig schijnt te zijn. Dat geeft ons spreken en handelen in de kerk meer niveau. Niet dat wij gewichtig worden maar onze Koning krijgt dan de ereplaats die Hem toekomt. Daar wordt de kerk des Heren eeuwig beter van. Dat behaagt de Koning. Je proeft door de Heilige Geest iets van de hemel op de aarde. Onze hemelse hogepriester blijft met zijn gaven van Woord en geest bedienen vanuit het hemels heiligdom. Zo is er innige verbondenheid tussen de hemel en de aarde. De Pinkstergeest is een voorsmaak en een belofte van de volle doorbraak van het hemels heil. Het smaakt naar meer!