Meditatie - Gelovig verblijden
Geschreven door Ds. M. van der Sluys   
zaterdag 09 juli 2011 18:31

"Als nu die heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich; en er geloofden zovelen, als er geordineerd waren tot het eeuwige leven" Handelingen 13:48

 

Paulus heeft de eerste zendingspreek gehouden. Na een lange reis van 700 km is hij in Antiochië in het zuiden van Galatië aangekomen. Op verzoek van de synagogenoverste heeft hij het Woord tot een verzamelde gemeente gericht. Vanuit de wetboeken van Mozes en vanuit de evangelische belofte van de profeten heeft hij hun zonde en genade voorgesteld. Hij heeft hen de dood in Adam gepredikt en het leven in Christus.

Horen van heidenen

"zo zij u dan bekend, mannen broeders, dat door Deze u vergeving van zonde verkondigd wordt; en dat van alles waarvan gij niet zou kunnen gerechtvaardigd worden, door de wet van Mozes, door deze een ieder, die gelooft, gerechtvaardigd wordt." (vers 38 en 39)

In de synagoge waren niet alleen Joodse mannenbroeders aanwezig, maar daar zaten ook heidenen onder het gehoor. Hoe waren die heiden in de kerk gekomen? De joden waren in tijden van geloofsvervolgingen over de hele wereld verspreid. In de tijd van opkomend antisemitisme heeft men getracht om begrip te kweken voor het geloof in het Woord van God. De zegen des Heeren bleef niet uit. Mensen uit de wereld sloten zich aan bij de joodse gemeente. Sommige als bekeerlingen, die na doop, het brengen van een offer en de besnijdenis lid werden van de gemeente. Andere waren slechts belangstellenden. Deze worden ook godvrezenden genoemd.

Deze heiden hoorden er nog echt bij. In de wereld konden zij nog geen vrede vinden. zij wilden wel meer horen van het geloof in God. Maar ze hoorden niet bij het volk van God. Ze wisten het allemaal nog niet goed. Tot op het moment dat er tot hen wordt gepreekt. Dan horen ze hun naam noemen in de prediking. Zij hebben geen geloof, geen vergeving, geen rechtvaardigheid die voor God kan bestaan. Zij kunnen niet zeggen dat zij Gods geboden onderhouden hebben van hun jeugd af aan. Zij missen een God voor hun ziel en een Borg voor hun hart. Zij hebben de vloek en de verdoemenis verdiend.

Prijzen van het Woord.

Paulus had niet alleen tot vermaning tegen de heidenen gepreekt, maar ook ter waarschuwing tegen de Joden die het Woord kenden. In de toepassing van depreek had hij gewezen op wat de HEERE zegt door Habakuk: Ziet onder de heidenen…. Ik werk een werk in de dagen die komen, dat gij niet zult geloven als het u verteld zal worden.

God zal komen met het oordeel over het ongelovige volk, en Hij zal daarom naar de heidenen gaan. Zij zullen horen naar het Woord van God. God roept zondaren tot het geloof in Christus. Roemen in God en prijst Zijn onfeilbaar Woord!

Een zondaar kan worstelen met de vraag: is die grote genade wel voor mij? Want als ik naar mijn leven kijk wat zie ik daar dan van? Ken ik mijn zonde echt? Aan het waren geloof in de bedekking van de schuld, gaat de ontdekking van de zonde vooraf. Berouw over de zonde gaat voor de kennis van de vergeving. En de verkondiging van de gekruisigde Christus brengt tot de kennis van de wetsovertreding. Die zondekennis is naar het Woord en gewerkt door de Heilige Geest, wanneer wij niet meer zonder de Heere kunnen leven.

Dat blijkt na de kerkdienst. Sommige trouwe kerkgangers verzetten zich tegen het gehoorde Woord. Zij zijn het er niet mee eens. Maar deze heidenen verlangen meer van dat Woord te mogen horen. Zij hebben er over nagesproken. Zij hebben honger naar het Woord gekregen. Zij willen er meer over horen.

Verkoren in Christus.

Wanneer we een arme zondaar zijn, dan zien we toch uit naar woorden van blijde troost en vrede? Dan kan je misschien nog niet zeggen dat je verkoren bent en de gerechtigheid van Christus je eigendom is. Maar dan weet je wel dat het Woord des Heeren een kracht Gods is voor een ieder die gelooft. Dat geloof in Hem wil Christus aan alle uitverkorenen leren. Vandaar dat ze op de naaste sabbat weer bijeenkomen. Mogelijk is dat een sabbat geweest die gevierd werd tussen de andere feestdagen. Gedacht wordt zelfs aan de sabbat tussen nieuwjaar en de grote verzoendag. Maar in ieder geval hebben zij als evangelie gehoord om te blijven bij de genade Gods. De kanttekenaren wijzen daarbij op het geloof in de Heere Jezus. We zijn niet rechtvaardig door ons doen. Uit genade alleen zijt gij zalig, niet uit de werken der wet. Maar door Christus alleen. En op de volgende sabbat kwam bijna de gehele stad samen. Al zijn er nieuwsgierigen en tegenstanders onder ons geweest, er waren er toch ook die om het Woord kwamen. Onze Dordtse leerregels noemen we als onfeilbare vruchten van de verkiezing: het waar geloof in Christus, kinderlijke vreze Gods, droefheid die naar God is over de zonde, honger en dorst naar gerechtigheid. Door het geloof vinden zij in dat Woord een geestelijke blijdschap en heilige vermaking.

Verhardt u niet, neemt Zijn gena ootmoedig aan: als heid’nen gaan, als schapen die Zijn hand wil weiden.