Meditatie - WIE BENT U EIGENLIJK?
Geschreven door Ds. A. van der Zwan   
maandag 30 augustus 2010 18:56
Maar de boze geest, antwoordende zeide: Jezus ken ik, en Paulus weet ik, maar gijlieden, wie zijt gij?”
Handelingen 19:15

Exorcisme

Als we Flavius Josephus mogen geloven, is het tafereel dat Lucas ons in Hand 19 schetst, voor die tijd niet ongewoon geweest. We ontmoeten er Joodse mannen die aan exorcisme doen. Ze drijven duivelen uit door middel van allerlei magische spreuken en rituelen. Het zijn niet de minsten, die ons hier getekend worden, de zeven zonen van Sceva, en Joodse overpriester. Ze zullen door hun duiveluitdrijvingen wel een heel aantal spreuken in voorraad hebben gehad. Maar de laatste tijd hebben ze er weer een nieuwe bij gekregen. Ze hebben blijkbaar kennis genomen van het werk van Paulus, die in Efeze en omstreken het Evangelie predikt. Buitengewone dingen begeleiden zijn verkondiging. Het begin van dit hoofdstuk maakt melding van bekeerlingen die in vreemde talen spreken en profeteren als vrucht van het ontvangen van de Heilige Geest.
Bovendien doet God ongewone krachten door de hand van Paulus: door hem gedragen kleding-stukken worden middelen om mensen van ziekte of boze geesten te verlossen. De zonen van Sceva hebben begrepen dat zit ‘em niet in de zweetdoeken of gordeldoeken. Het komt door die Naam. Die deze Paulus verkondigt. De Naam van de Heere Jezus heeft kracht en doet kracht in het leven van mensen die zuchten onder de zonde en de gevolgen van de zonde.

Ontmaskerd

Vandaar dat Sceva’s zonen die nieuwe Naam opnemen in de ‘liturgie’ die ze hanteren bij het uitdrijven van demonen. In onze tekst doen ze een eerste poging om iemand met behulp van Jezus’ naam te verlossen van een boze geest. “Wij bezweren u bij Jezus, Dien Paulus predikt!” De reactie is even schokkend als ontdekkend. Het blijkt namelijk niet te ‘werken’. De boze geest komt niet onder de indruk van hun optreden, integendeel, hij drijft de spot met hen. Of liever gezegd, hij ontdekt hen vragenderwijs aan hun dubbelhartigheid. Want ze gebruiken de Naam van Jezus. En zij spreken van de prediking van Paulus. Maar het is slechts lippentaal. Ze hebben blijkbaar wel van de prediking van Paulus gehoord, maar niet naar die prediking geluisterd. En daarom kennen ze wel de Naam van Jezus, maar hebben ze geen hartelijke kennis aan de Persoon en aan het werk van de Zaligmaker. Wie zo de confrontatie met de boze aangaat, komt van een koude kermis thuis. De Naam van Jezus is geen toverspreuk die zonder meer in staat stelt om het boze te overwinnen. Er moet door genade een band zijn aan Jezus Zelf. Paulus’ optreden laat in Hand. 19 zien wat genade dan vermag. Dan komt de kracht Gods openbaar in Paulus’ woorden en daden.
“Maar gijlieden, wie zijt gij?” Die vraag van de boze geest aan de zonen van Sceva is ten diepste naar de identiteit van deze zeven broers. Het gaat om de verbondenheid aan Christus. Voor het ontbreken van die noodzakelijk band des geloofs blijkt de vijand een scherp oog te hebben. En dat is nog zo. We moeten deze vraag eerlijk onder ogen zien. Als kerkmensen die wekelijks de gang naar Gods huis maken. Wie zijt gij? Als belijders van de Naam van Christus in een postmoderne en multiculturele samenleving. Wie zijt gij? Is ons getuigenis van de Naam een hartelijk getuigenis? Hoe noemen we Jezus’ Naam in de kerk, in het gezin, op het werk of op school, in de vergaderzaal? Naambelijders vallen vroeg of laat door de mand. Die worden ontmaskerd door een spottende vijand die best weet wie (of Wie) hij voor zich heeft.

Ontkleed

De gerenommeerde exorcisten uit het priesterlijke geslacht van Sceva hebben het geweten. Ze hebben nauwelijks het vege lijf kunnen redden toen de bezetene op hen aanviel en hen de kleren van het lichaam scheurden. De deftige heren renden naakt over de straat. Zo gaat het als mensen zichzelf overschreeuwen. Als de Naam genoemd wordt zonder dat het hart er in mee komt. ‘Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen’ (Jacobus 1:8). Laat het ons toch mogen wakker schudden als we nog zonen van Sceva zijn! De opvoeding die we onze kinderen geven, de principes die we uitdragen, het getuigenis dat we in de samenleving laten klinken…..dat alles kan alleen effect hebben als de Heere Zelf er in mee komt. Als Hij onze Toevlucht en Sterkte is geworden, Zijn genade het geheim van onze persoonlijke en publieke leven. Daartoe moet er eerst heel wat van mij afgeschreven en weggenomen worden. Dan moet een andere Geest mij de kleren van het lijf rukken. De wegwerpelijke lompen van mijn eigen gerechtigheid, hoogmoed en zelfoverschatting. Eerst dacht ik dat de Heere ook wel iets aan mij zou kunnen hebben zonder dat ik Hem persoonlijk kende. Dan ga ik inzien dat ik zonder genade echt niets goeds kan voortbrengen. Dan krijgt door die Geest het werk van Christus waarde voor mij. En voor dat ik dan zijn Naam ga uitroepen in een wereld vol demonische machten, leer ik het eerst persoonlijk: “Want er is onder de hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welke wij moeten zalig worden!” (Hand. 4:12)

Beste lezer of lezeres: “wie zijt gij?”

En: Wie is Hij voor u?