Meditatie
Geschreven door ds. J. van Amstel   
donderdag 01 juli 2010 18:56

"Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter hand Gods." Hand. 7 : 55

Met een indringende redevoering heeft Stefanus de Joodse Raad terecht gewezen. Hij heeft hen ontdekt aan hun zonden. Tegelijk heeft hij hen er toe opgeroepen zich te bekeren tot God. En niet minder heeft hij hen gewezen op de opgestane Heere Jezus als de Christus.

Wanneer hij hen verwijt dat ze zich verharden en dat ze, net als hun voorvaders, de Heilige Geest tegenstaan, worden zij ontzettend boos. We zouden kunnen opmerken: had Stefanus dit beter niet voor zich kunnen houden? Wanneer hij vriendelijker en milder had gesproken, dan was hun verweer niet zo fel geweest. Hij heeft deze reactie toch zelf uitgelokt?

Zulke verwijten treffen soms ook andere dienaren van het Woord, wanneer zij onverkort het Woord van God verkondigen en met een ontdekkende prediking komen. Dat wil er dan niet in en het roept ook nu nog zoveel verzet op. Toen Stefanus zulke oordelen uitsprak tegen het Sanhedrin door te zeggen dat zij de Heilige Geest weerstonden, toen barstten hun harten, staat er. Ze ontploften van woede, zouden wij nu zeggen. Het stond meteen voor hen vast: weg met hem. Nog nooit had iemand zó tegen de Joodse Raad gesproken. Maar ook nog niet eerder hadden zij te horen gekregen wat Stefanus hen vervolgens laat weten.

Stefanus ziet wat! Hij ziet wat de anderen om hem heen niet zien. Want Stefanus ziet niet in de eerste plaats de dood voor ogen. Hij ziet alléén de Heere Jezus! Hij ziet de hemel geopend. En wat ziet hij dan in de hemel? De toorn van God, Die op de troon zit? Nee. Stefanus ziet daar in de heerlijkheid van God, Jezus, de Zaligmaker, zijn Zaligmaker.

Wat zal dat een heerlijk moment geweest zijn voor deze getuige, om Jezus Zelf daar te zien. Onze ogen zijn van nature blind voor Hem. Maar naarmate de Heilige Geest in je hart werkt, gaan je ogen steeds meer open voor Jezus. Hij mag op deze dag, omringd door de vijanden van Jezus, met eigen ogen Jezus zien in de heerlijkheid van de Vader. Jezus, Die verhoogd is. Jezus op de voornaamste plaats in de hemel, aan de rechterhand van de Vader.

Stefanus ziet dat niet alleen, maar getuigt er ook van. Hij is een getuige van Jezus Christus. Niet omdat hij zelf nou zo'n held is en al helemaal niet omdat de omstandigheden voor hem zo gunstig zijn. Als hij op de mensen om zich heen had gelet, had hij kunnen zwijgen en dit heerlijk uitzicht op Jezus voor zichzelf kunnen houden, om zelf geestelijk te genieten. Maar Stefanus moet er van spreken, zoals we dit in het boek Handelingen meer dan eens aantreffen. Want wat is het geheim? In Handelingen 2 staat dat allen vervuld werden met de Heilige Geest en zo gingen spreken. In Handelingen 4 staat dat Petrus en Johannes zo vervuld worden met de Heilige Geest dat ze vrijmoedig van Jezus getuigen. En zo ook hier, in Handelingen